Rad van Fortuin

September 26th, 2009

Santa Barbara, Prijzenslag, Rad van Fortuin, Goede Tijden Slechte tijden.

Iedere door de weekse dag. Drie zelfbenoemde punks op de bank. Een pot vers gezette gemalen koffiebonen koffie op het theelichtje voor ze. Net terug van wat aan rommelen en koffie drinken in het plaatselijke poppodium. Verse koffie voor de buis.

De begin dagen van de commerciele televisie in Nederland. Toen het allemaal nog iets kneuterigs had. Hans Kazan kon ook toen eigenlijk al niet. De begin dagen van de commerciele televisie in Nederland. Toen het leek alsof iedereen in de stamkroeg nog in de bijstand zat. Of kneiterhard werkte. Die waren er ook.

Er is geen woord van gelogen. Zo goed als iedere door de weekse dag zaten wij als zelfverklaarde punks voor de buis. Santa Barbara, Prijzenslag, Rad van Fortuin en Goede Tijden Slechte tijden.

De begin dagen van de commerciele televisie in Nederland. Toen er nog niet vijftien verschillende zangtalentenjachten waren en nog geen wie gaat er het eerst vreemd realitieshows. Toen heel Nederland nog warm liep voor een Hans Kazan die ook toen eigenlijk al niet kon. Toen heel Nederland gespannen keek naar de wie wordt de nieuwe bordjes omdraaister bij Rad van Fortuin talentenjacht toen Leontien had aangekondigd dat ze er mee op hield.

Dagen lang zagen we kandidaten voorbij komen. Cindy Pielstroom won uiteindelijk. Tenminste dat dacht ik. Het blijkt dat Cindy Patricia Rietveld opvolgde die op haar beurt dan dus weer wel de opvolgster van Leontien was. Cindy Pielstroom komt uit Hoorn. Cindy heeft bij kenissen in de klas gezeten. Roem en bekendheid is altijd dichterbij dan je denkt.

Rad van Fortuin was Rad van Fortuin niet meer na het vertrek van Leontien. Hans Kazan zit failliet in Spanjer en af en toe mis ik Hans van der Togt zomaar. Of Cruz en Mason Met z’n drieen op de bank. Met een versgezette pot koffie voor ons op tafel. Arnie heeft tegenwoordig een baard en schijnt te roken. Om de huishoudportemonnee te vullen gaat Leontien weer bordjes omdraaien.

“I tune, because I care”

September 24th, 2009

Dit stuk gaat over een concert waar ik heen ging. Dit stuk gaat ook over hoe ik naar de kerk ging. Over hoe ik op een stoel zat en hoe dat meeviel. Over hoe de tranen mij over de wangen rolden. Over hoe ik een geweldige avond had. Dit stuk gaat over vorige week donderdag.

Ik was vorige week donderdag in een kerk. Een tijdelijke kerk die er al drie honderd jaar staat. In de andere kerk speelde namelijk Anouk. Een goed besluit van Paradiso om voor het concert van William Elliott Whitmore waar ik heen ging uit te wijken naar de Amstelkerk.

Ik zat op een stoel. Mijn eerste zitconcert ooit. Ik hou niet van zitten tijdens concerten. Ik hou van staan. Met een biertje in mijn hand. Mijn hoofd knikkend op het ritme. Mijn voet tikkend de maat. Ik hou niet van zitten, dacht ik, maar ik zat tweede rij. Vlakbij het podium. Ik zat goed. Ik genoot. Het biertje stond onder mijn stoel. Daar zat ik dan. In een kerk op een stoel. Buiten viel de duisternis langzaam in. Het licht door de ramen hoog boven ons werd minder en minder. De sfeer in de zaal werd meer en meer.

Na een nummer of zes solo met alleen stem en banjo of gitaar betreedt een drummer het podium. Hij zal William Elliott Whitmore ongeveer acht nummers begeleiden. Met de komst van de drummer is het eerste hoogtepunt van de avond aanstaande. Hij zet een marcheer roffel in. William Elliott Whitmore legt banjo en gitaar opzij. Hij gaat staan, maar zet zijn microfoonstandaard niet op sta hoogte. Hij tilt hem op of knikt dubbel en zingt de longen uit zijn lijf tijdens Mutiny. Hij geeft alles en staat tegelijkertijd onwennig te zijn zo zonder gitaar om zijn nek.

Een volgend hoogtepunt laat niet lang op zich wachten. Het tempo in Old Devils wordt sneller en sneller. De drum wordt harder en harder. De gitaar wordt wilder en wilder. De zang intenser en intenser. Het nummer bouwt op naar een climax. En als de bom is gebarsten wordt direct het rustige Hell Or High Water ingezet. Het wordt me teveel. Ik breek. In het donker van de zaal rollen de tranen over mijn wangen.

William Elliott Whitmore weet niet meer van ophouden. Tussen de nummers haalt hij een zakdoek uit zijn broekzak en veegt zijn hoofd af. Hij vertelt over de backpackers in Ramsgate die hem een fles whiskey hebben gegeven. De fles gaat op verzoek het publiek rond. Hij vertelt over zijn afgelegen boerderij in Iowa. Aan de oevers van de Mississippi. Als iemand in het publiek een titel roept wordt het nummer direct ingezet. Hij staat op en schudt de handen van het publiek op de eerste rij.

Ik ervaar mijn eigen maken van foto’s als storend. Het leidt me af van het concert. Ik schiet af en toe nog wel een plaatje, maar ik geef me voornamelijk over aan William Elliott Whitmore. Wat een stem. Wat een prachtige muziek. Ik ben al mijn gevoel voor tijd kwijt. Ik heb het idee dat hij al drie uur aan het spelen is. Het blijkt uiteindelijk een uur en drie kwartier te zijn. Het had wel vier uur mogen duren. De laatste trein missen? Ik had het er graag voor over gehad.

Het is niet nodig. Het blijkt zelfs nog geen tien uur te zijn als ik weer buiten sta. William Elliott Whitmore heeft toch maar besloten er mee op te houden voor vandaag. Ik heb genoten. Ik niet alleen. Hij heeft de hele zaal ingepakt. Iedereen om mij heen is geraakt. Een staande ovatie van een minuut of vijf is zijn beloning.

Dit verhaal ging over vorige week donderdag. Over hoe ik naar de kerk ging. Over hoe ik op een stoel zat en hoe dat meeviel. Over hoe ik weer brak door muziek en over wat een geweldige avond ik had. Dit verhaal ging over het concert van William Elliott Whitmore in de Amstelkerk op donderdag 19-09-2009.

Dit verhaal ging over mijn concert van het jaar.

(als altijd zijn de foto’s aanklikbaar tot slideshow)

De bovenstaande filmopnames zijn gemaakt door FamkeZ

In de trein

September 23rd, 2009

Ik zit voor de verandering eens niet in de trein naar huis, maar in die naar Hilversum. Ik zit op een tweezitsbank, want met z’n vieren op elkaar daar kan ik mijn benen nooit kwijt. De wereld is nog steeds ingericht op mensen met een lengte uit de jaren 50. Zelfs in het langste mensen ter wereld land waarin ik leef. Er is ruimte zat, maar de man besluit toch naast mij te gaan zitten.

Als hij zit rommelt hij een boel in een meegebrachte plastic tas. Op het uitgeklapte klaptafeltje verschijnen een portemonnee, een opschrijfboekje, een telefoon model koelkast uit 1953 en een etui. Uit de etui komt een rode PSP met 25 uitbreidingen en aanverwanten. Ik kan niet mee kijken met een videospelletje. De PSP wordt gebruikt als mp3-speler.

De man naast mij zakt onderuit en uit zijn oordopjes klinkt iets dat ik niet herken, maar dat grote overeenkomsten heeft met K3. Het staat hard. Niet hard genoeg om de man wakker te houden. We zijn het station nog niet uit of hij slaapt. Mag die “muziek” dan uit, denk ik en zet mijn iPod aan. Davilla 666 verdrijft de kindermuziek naast mij.

Voorbij station Duivendrecht slaapt de man nog steeds. Zijn hoofd zakt naar rechts. Eerst zijn hoofd dan zijn lichaam. Naar rechts waar ik zit. Langzaam iedere honderd afgelegde meters zakt de slapende man iets dichter tegen mij aan. Iedere afgelegde honderd meters zit ik ongemakkelijker. Mijn claustrofobie stijgt met de minuut.

Wanneer hij nog verder naar rechts gezakt is en ik niet verder naar rechts kan uitwijken, daar is namelijk het raam en daar voorbij het buiten, geef ik hem een zacht duwtje. De slapende man schrikt wakker. Geschrokken kijkt hij om zich heen en controleert al zijn zakken en de plastic tas. Op het uitgeklapte klaptafeltje verschijnen naast de PSP een portemonnee, een opschrijfboekje, een telefoon model koelkast uit 1953 en de aanverwanten van de PSP. Alles is er schijnbaar nog en de wakker geschrokken man veranderd in twee seconden weer in een slapende man.

Een slapende man die wederom iedere honderd meter meer en meer naar rechts zakt. Eerst zijn hoofd dan zijn lichaam. Naar rechts waar ik zit. Ik die niet verder naar rechts kan, want daar is het raam en voorbij dat raam het buiten. Zijn lichaam raakt mijn lichaam ondertussen weer aan en net voor zijn hoofd tegen mijn schouder aan zakt geef ik hem weer een zetje. De geschrokken zoek reactie volgt weer. Dit tafereel herhaalt zich nog twee keer op het korte stukje naar Hilversum. Ik begin er lol in te krijgen.

Er volgt helaas geen vijfde keer, want als zijn hoofd weer begint te zakken rijden we het station binnen en stoot ik hem aan om er langs te kunnen. Dat is nog een hele toer, want het uitgeklapte tafeltje klapt hij niet in. Als hij het zo wil kan hij het krijgen en enigzins ruw passeer ik hem. Als ik in het gangpad naast hem sta en naar hem kijk slaapt hij al weer.

In zijn rechter mondhoek hangt een sliert kwijl.

#ikbeken

September 21st, 2009


Met dank aan de vrachtwagenchauffeur die hem vandaag op de radio aanvroeg.

En dan beloof ik u bij deze plechtig dat ik de komende week ook weer een paar stukjes zal schrijven tussen al mijn drukke bezigheden door.

Aapies kijken

September 13th, 2009

Uit de polderklei getrokken

September 10th, 2009

Deel 4

Mijn vader heeft een soort van Marokkaans gewaad. Ik denk dat het een nachthemd is, maar hij vertelt dat het gebedskleding is. Er hoort ook iets van een mutsje bij. Ik weet niet of hij het ook wel eens draagt. Op de momenten dat hij alleen is. Ik kan me een keer herinneren dat hij het aan had, maar dat was op verzoek van mijn zus en mij.

Bij het appartementen complex waar hij woont is een wilde tuin. In het midden staat een grote betonnen kikker waar ik graag op klim. Nadat we een Spiderman film hebben gekeken in het filmhuis klim ik op weg naar huis door het winkelcentrum heen. Ik schiet web uit mijn polsen.

Is hij wel eens alleen? Mijn vader heeft heel veel vrienden. Vrienden waar hij ons wel eens mee naar toe neemt. Hun namen ben ik nu vergeten, maar ik kan hun gezichten nog uittekenen. Er hing een vrijgevochtenheid om hen heen die ik schijnbaar als 6 jarig jongetje herkende en die waarschijnlijk meer met werkloosheid, drank en drugs te maken had (de vrienden niet mijn vader). Ook heeft hij net als wij thuis een kostganger. Een Engelsman.

Als ik in het weekend bij mijn vader ben dan stoeien we altijd op het bed. Ik win heel vaak, maar dat is meer omdat hij mij laat winnen en dat weet ik natuurlijk best wel. Toch voel ik me stoer en sterk. Talloze malen steken we met de bus of op de fiets de dijk naar Enkhuizen over. Evenzoveel keren zit ik in een cel in het gevangenis museum. Het Zuiderzee Museum is alleen nog maar binnen en ik kan de boten die daar liggen uittekenen. Van ieder knopje van de permanente tentoonstelling in Het Nieuwland, beneden bij de grote zendmast aan het begin van de dijk, weet ik wat het doet. Bijna ieder weekend gaan we wel ergens naar toe.

Op een zondag zijn we bij kennissen in een andere wijk. Hun zoon is van mijn leeftijd en heeft een gokautomaat in zijn kamertje staan. Om vier uur fietsen we heel hard naar huis, want op de ARD die met ruis via de antenne te ontvangen is zenden ze een piratenfilm uit. Als hij ons aan het eind van de zondag naar huis fietst rijden we in mijn hoofd altijd de sloot vlak naast het huis in. Toen het een keer heel hard onweerde dacht ik helemaal niet aan de sloot, maar kroop stevig tegen zijn rug aan.

Uit de polderklei getrokken. Een autobiografie van mijn leven.
Deel
1, 2, 3

Omdat het zo ontzettend mooi is:

September 8th, 2009

Days With My Father

#ikbeken

September 8th, 2009

Cameo-Word Up
M.A.R.R.S.-Pump Up The Volume
Frankie Goes To Hollywood-Rage Hard
Snap-The Power
Paul Hardcastle-19
Genesis-Mama
Destiny’s Child-Survivor
Shakin Stevens-Behind The Green Door
2 Unlimited-No Limit
Coolio-Gangsters Paradise
Sugababes-Freak Like Me

Lege deurmat

September 5th, 2009

Het was raar opstaan dinsdagochtend. Het opstaan begon als iedere andere dinsdagochtend. Als iedere door de weekse ochtend eigenlijk. Na mijn wekker een stuk of 10 keer op de snooze button te hebben geslagen moest ik er om half zeven toch echt uit om op tijd de trein in te stappen.

Ik stapte uit bed, ik nam een douche, ik kleedde me aan, ik poetste mijn tanden en liep naar beneden naar de voordeur. Bij de voordeur aangekomen werd mijn ochtend anders dan ik vijftien jaar gewend was. Beneden aan de trap trof ik een lege deurmat aan. Een lege deurmat waar vijftien jaar lang een Volkskrant lag te wachten. 1 september wist ik meteen. Het is vandaag 1 september. Er is vandaag een eind gekomen aan mijn Volkskrant abonnement.

De Volkskrant stond altijd al bekend als het roddelblad voor intellectuelen. De populistische onder de serieuze ochtendkranten, maar ik vond het altijd een hele prettige krant. De opmaak van de NRC vond ik nooit uitnodigen tot lezen, Het Parool te Amsterdam gericht en Trouw te gelovig (een mening die ik overigens een jaar of anderhalf geleden bijstelde). De Volkskrant was mijn krant.

Tot de laatste restyling een half jaar geleden. Wat moest ik in hemelsnaam met een tweede katern dat op dinsdag over de jeugd ging en op woensdag over huizen. Laat dat lekker aan Ouders van nu en VT Wonen. De laatste restyling was het laatste druppeltje dat mij over de ik wil van die krant af muur heen duwde.

Sinds afeglopen dinsdag, sinds 1 september zijn mijn ochtenden Volkskrantloos. Het was even wennen en de Metro en de Spits zijn niet aan mij besteed. Sinds dinsdag lees ik in de ochtendtrein een boek. Of ik doe een tukkie.

Vanochtend liep ik na het opstaan mijn twee trappen af. Op de deurmat lag een Volkskrant. En een Trouw. Helemaal zonder krant kan ik natuurlijk niet, dus nam ik op beide een zaterdag abonnement. Een zaterdag abonnement dat mij in staat stelt om op door de weekse dagen online beide kranten volledig te lezen. Online waar ik een tweede katern over huizen en jongeren en het kerk nieuws gewoon kan overslaan.

Frommel zonder krant? Dat kan namelijk echt niet.

Adventures in drinking

September 1st, 2009

De schaal met citroen schijfjes werd door ons geslachtofferd. Er belandde geen schijfje meer op de rand van een glas. Ze verdwenen stuk voor stuk tussen onze tanden alwaar het vocht uit ze gezogen werd. Op het randje van een vitamine overdosis bestelden we nog een cocktail 4. Dat was onze favoriet van de 7 aangeboden cocktails hadden we aan het eind van de eerste ronde alle cocktails proberen besloten. Iets met Blue Curacao geloof ik.

Ik had de hele middag de stad afgestruind op zoek naar een Hawaï shirt. Zonder succes. Zelfs op de markt was geen afzichtelijk kleurrijk tropisch strandshirt te vinden. Uiteindelijk stapte ik de concertzaal binnen gekleed in een lelijk pis gele blouse met aan de onderrand iets dat op palmbomen moest lijken. Mijn surfband t-shirt werd voor de avond geruild met een zwart t-shirt dragende mede cocktaildrinker die er anders helemaal niet Hawaï uitzag. Voor de fashionata’s onder u, het zwarte t-shirt kleurde echt veel beter dan het witte Tijuana Bibles shirt. Ik zag er messcherp uit. Zelfs met dat pis gele ding aan.

Maar waar bleef die surf nu, vroeg ik me af terwijl ik cocktail nummero 9 achterover gooide. Ja ik was er van op de hoogte dat het om een Rock and Roll avond ging, maar het thema luidde Hawaï dus ik wilde surf, surf en nog eens surf. En een cocktail 4. Iets met Blue Curacao. Dat ook.

Ergens na cocktail nummer tien ben ik de tel kwijtgeraakt waar het gaat om genuttigde cocktails. Het aantal leegezogen schijfjes citroen was ondertussen ontelbaar geworden. Ik was dronken. Dronken op een manier waarop ik nog nooit dronken was geweest. Ik klapwiekte van links naar rechts. Nooit eerder had ik zo lodderig uit mijn ogen gekeken. Wasted, als u het perse zo wilt noemen. Alleen er was iets vreemds met mijn staat van dronkenschap.

Ik had een hoeveelheid alcohol naar binnen gewerkt waar een olifant niet meer van op zijn benen zou kunnen staan. Ik geef toe dat mijzelf dat ook nog maar ternauwernood lukte, maar waar ik anders op zo’n moment ook een hersenpan als een zompige kluit aarde zou hebben maakte ik deze avond alles bewust mee. Alsof ik naar mezelf stond te kijken vanaf een veilige afstand zag ik mijn plastic glas met blauwe drank boven de mengtafel hangen. Ik hoorde mijn eigen stem messcherpe antwoorden geven op alles wat tegen me gezegd werd. Ik was me als een broodnuchtere geheel onthouder bewust van ieder seconde, ieder woord en alles dat om mij heen gebeurde.

Waren het de 600 citroen schijfjes die ik leeg gezogen had tijdens het nuttigen van een ontelbare hoeveelheid cocktails dat ik de dag erna opstond en mij na een uurtje verbaasde dat ik geheel katerloos was? Ik weet het niet. Ik weet alleen dat ik nooit eerder na een avondje extreem doorzakken zo katerloos ben opgestaan. Dat ik ‘s middags in het cafe aan de cola zat was meer een volwassen besluit dat ik voor de komende drie weken genoeg alcohol had genuttigd.

Toen er eindelijk een surfnummer gedraaid werd ben ik als een volslagen debiel door de zaal heen gesprongen. Onder luid gejoel van niemand behalve mezelf. Is mij later verteld. Ik heb er geen seconde herinnering van. Net zomin als van hoe ik in hemelsnaam ben thuisgekomen die nacht…