Havilah in Haarlem

November 2nd, 2009

Moet ik dit wel doen, vraag ik me op het station af. Is dit wel verstandig? Ik heb net vijf dagen op bed gelegen. De eerste drie dagen slapend en zwetend. De laatste twee dagen langzaam bij positieven komend. En nu sta ik hier op het station. Te tollen op benen van pap.

Ik moet dit gewoon doen. Ik heb al een kaartje gekocht. Ik heb ze gisteren al gemist in Utrecht door dat griepbed. Ik neem straks gewoon een biertje en dan gaat het wel weer. Juist wel gaan zal de laatste restjes griep uit mijn lijf verdrijven. Ze hebben voor mij de plaat van 2009 gemaakt. (Al komt die plaat uit eind 2008)

U begrijpt, ik verzin 300 redenen om niet naar huis te gaan en wel op de trein naar Haarlem te stappen. Ik ben makkelijk te overtuigen merk ik maar weer. Beloof mij een biertje en rock and roll en ik zeg ja. De deuren van de trein gaan open en ik stap in. Drie kwartier later sta ik tollend in de Patronaat. Het zweet staat op mijn rug en in mijn schoenen. Ik voel me hondsberoerd, maar ik ga wel straks The Drones zien.

The Drones daar blijk ik dus veel voor over te hebben.

Het voorprogamma heeft een leuke zangeres. Ik zou uren naar haar kunnnen kijken, maar de muziek die zij en haar kompanen van de Monroes uit de speakers laten klinken doen mij niets tot weinig. Het is pauze en ik ga buiten een sigaretje roken. Via mijn iPhone Twitter vraag ik Tim Knol, die in de grote zaal het voorprogamma van Johan verzorgd, even te komen buurten.

Het is belachelijk rustig. Ik schat zestig mensen, maar volgens mij is dat meer omdat ik niet wil dat het er eigenlijk nog minder zijn. Waar verbaas ik me eigenlijk nog over. Ik ben wederom ook de enige uit Hoorn. Mensen gaan schijnbaar niet meer naar concerten toe. Er zal wel wat belangrijks op televisie zijn geweest. Zestig mensen. Een van hen ben ik. Tollend op mijn benen. De thuisblijvers zullen ongelijk krijgen.

Ik loop op Ralph af en doe hem de groeten van T.Korsel. Ralph kijkt me aan alsof hij water ziet branden. Ik herhaal de groet van T.Korsel. Ralph kijkt me nu aan alsof ik zojuist heb voorgesteld hem in de wc keihard in zijn reet te neuken. Ralph heet helemaal geen Ralph en T.Korsel kent hij al helemaal niet. Als ik zeg dat Ralph dan in ieder geval de tweelingbroer van Ralph moet zijn loopt hij weg en blijft de rest van de avond op een afstandje naar me kijken alsof ik een melaatse ben.

Zwart. De band is in het zwart gekleed. Behalve de bassiste Fiona Kitchin Die heeft een rood zomers jurkje aan. Om die kleur explosie op het podium te compenseren staat ze het hele concert met haar rug naar het publiek geconcentreerd de nummers bij elkaar te pompen. De zanger/gitarist Gareth Liddiard moet nodig een broodje frikadel eten. Het liefst twee. Met heel veel mayonaise. Een paar luciferhoutjes in het zwart. Uit dat breekbare lijf komt een stortvloed aan gitaargeweld en zang. Een plectrum is niet nodig. Gitaar spelen doe je met je blote handen. Een tremolo laat je gewoon niet los.

The Drones doen niet aan traditionele songstructuren van couplet, refrein, couplet, refrein. Nummers onder de 5 minuten worden, als ze al bestaan, niet gespeeld vanavond. The Drones staat tot hun knieen in het moeras. Het trekt en het sleurt en het zuigt. De zang van Liddiard trekt en sleurt nog meer. Hij zeurt, zeikt, zanikt en schmiert. Alles klopt aan het geluid van The Drones.

Dit is geen muziek die tranen uit me trekt als bijvoorbeeld Woven Hand of William Elliott Whitmore dat kunnen. Dit is wel muziek die tegen mijn huid aan spat, naar binnen dringt en zich nestelt in al mijn cellen. Ik voel me hondsberoerd, maar ik weiger te capituleren. Tollend op mijn benen zuig ik het concert op. Zwetend als een os zit ik in de trein. Ik ben bek af en wil naar huis. Slapen zal me niet lukken. The Drones zitten in mijn botten en mijn spieren. Totaal hyper staar ik in bed naar het plafond.

U bleef thuis. U had ongelijk.

(foto’s komen van de myspace van The Drones)

Wat ik u zou kunnen vertellen (of juist niet)

October 17th, 2009

Ik zou u kunnen vertellen over mijn grootste irritatie factor van dit moment. Een irritatie factor waar ik dagelijks mee te maken heb. Die mij een hoop zin in bepaalde dingen ontneemt.

Ik zou u kunnen vertellen over de hekel die ik heb aan factoren aan wie het nooit ligt. Factoren die niets fout doen. Die als ze wel iets fout doen dat gewoon ontkennen en de fout ergens anders neer leggen. Die de onaardige ik in mij naar boven halen. Waarop ik niet meer normaal kan reageren. In ieder geval niet meer als de best wel aardige jongen die ik toch echt wel ben. Die het mij niet meer doen lukken om een negeer muur op te trekken.

Ik zou u er over kunnen vertellen, maar ik doe het niet. Ik kijk wel uit. Ik weet helemaal niet wie hier met u mee leest. Het beestje bij het naampje noemen kan leiden tot het ingooien van mijn eigen glazen en een goede glasverzekering ontbreekt op dit moment. U moet het dus zonder dat verhaal doen.

Ik zou u wel over andere dingen kunnen vertellen. Over hoe ontzettend happy en verliefd ik met en op mijn iPhone ben bijvoorbeeld. De uitvinding van deze eeuw als u het mij vraagt. Ik kan u ook vertellen over de hele rits ontzettend fijne nieuwe platen die in mijn leven zijn gekomen de afgelopen weken. Daar kan ik u wel over vertellen.

Ik beloof u hierbij dan ook dat ik dat de komende dagen zal doen.

Van fan van Van

October 8th, 2009

Ik ben een soort van fan van Van Morrisson
Ik ben een soort van fan van Vanderberg
Ik ben een soort van fan van Van Dyke Parks
Ik ben een soort van fan van Van Halen

Nou ja eigenlijk niet, maar het klinkt wel geweldig als je het hardop zegt…

Onbereikbaar

October 5th, 2009

“Wij hebben uw My T-Mobile wachtwoord per sms naar u toegestuurd.”

Ehm….per sms naar mij toegestuurd? Tsja, dat is dus een beetje het probleem. Ik maakte dat My-T-Mobile account aan om de mij toegestuurde nieuwe sim-kaart te activeren. Dat moet online of telefonisch, maar geen klantenservice die op zondag open is. Al waren ze het wel. Ik had ze niet kunnen bellen zonder geactiveerde sim-kaart.

En zo ben ik al sinds woensdag telefoonloos. Mijn vaste shag, sleutels, geld, telefoon ritueel stokte bij de telefoon toen ik het huis wilde verlaten voor het woensdagavond zaalvoetbal uurtje. Shag, check. Sleutels, check. Geld, check. Telefoon…telefoon…telefoon…geen check.

Nergens een telefoon te bekennen.

Ik zoek op de voor de hand liggende plekken. Ik zoek op de niet voor de hand liggende plekken. Ik zoek nog een keer op de voor de hand liggende plekken. Geen telefoon. Ik ga mijn gangen van de dag na. Vanochtend heb ik nog gebeld. Vanmiddag nam ik hem mee toen ik mijn rijbewijs ging aanvragen. Sinds een minuut of vijftien ben ik hem kwijt.

De tijd begint te dringen. Het loopt al tegen zevenen. Er moet gevoetbald worden. Gevoetbald en daarna dienen er biertjes gedronken te worden. Sporten is leuk, maar het na-zitje is net zo belangrijk. Ik doe nog een laatste ronde. Ik kijk zelfs in de wasmand en verlaat mijn huis.

Na de voetbal en het na-zitje zullen twee vrienden me proberen bellen. Ligt de telefoon wel ergens in huis dan zal Miserlou van Dick Dale klinken en kan ik hem misschien traceren. Anders het zenuwachtige “plikkeplik” geluid van een gemiste oproep wel. Tegen mijn gewoonte in zet ik geen muziek op als ik thuis kom, maar het huis blijft, op het spinnen van de kat die blij is dat ik er weer ben na, stil. Via een email begrijp ik dat mijn telefoon direkt in de voicemail is geschoten.

Donderdagochtend bel ik T-Mobile. Ik blokeer mijn sim-kaart, laat een nieuwe opsturen en zet mijn abonnement om. Over vier weken wordt op mijn werk een iPhone afgeleverd. Vanochtend heb ik telefonisch mijn tijdelijke sim-kaart weten te activeren. Ik ben al vijf dagen telefoonloos. Hoewel ik bijna nooit bel en ook bijna nooit gebeld word voel ik me al vijf dagen naakt en onbereikbaar. Vanaf vanmiddag heb ik weer wat kleren aan.

Ondertussen ben ik wel al uw telefoonnummers kwijt, want nee een backup heb ik (natuurlijk) niet gemaakt…

Onderstaande was u straal vergeten…

October 1st, 2009

“Dit is een Boggle, zestien hokjes met letters. Met die letters zijn er natuurlijk een heleboel woorden te maken, bijvoorbeeld ‘Spel’. Maar dat woord mag niet! De letters moeten elkaar namelijk aanraken. ‘Zalm’ is een goed woord en ook bij het woord ‘Muziek’ staan de letters met elkaar in verbinding. Zo, dat zijn de regels en laten we nu maar écht gaan Bogglen! Hier is uw gastheer/gastvrouw én presentator/presentatrice:”

Frank Kramer (1989 - 1991)
Dodi Apeldoorn (1991 - 1992)
Hans Schiffers (1992)
Frank Kramer (1992 - 1995)
Judith de Bruijn (1995 - 1996)
Henk Mouwe (invalpresentator)

Maar nu weet u het weer.
Graag gedaan!

Soms is de muziek op een plaat niet belangrijk…

September 28th, 2009

Rad van Fortuin

September 26th, 2009

Santa Barbara, Prijzenslag, Rad van Fortuin, Goede Tijden Slechte tijden.

Iedere door de weekse dag. Drie zelfbenoemde punks op de bank. Een pot vers gezette gemalen koffiebonen koffie op het theelichtje voor ze. Net terug van wat aan rommelen en koffie drinken in het plaatselijke poppodium. Verse koffie voor de buis.

De begin dagen van de commerciele televisie in Nederland. Toen het allemaal nog iets kneuterigs had. Hans Kazan kon ook toen eigenlijk al niet. De begin dagen van de commerciele televisie in Nederland. Toen het leek alsof iedereen in de stamkroeg nog in de bijstand zat. Of kneiterhard werkte. Die waren er ook.

Er is geen woord van gelogen. Zo goed als iedere door de weekse dag zaten wij als zelfverklaarde punks voor de buis. Santa Barbara, Prijzenslag, Rad van Fortuin en Goede Tijden Slechte tijden.

De begin dagen van de commerciele televisie in Nederland. Toen er nog niet vijftien verschillende zangtalentenjachten waren en nog geen wie gaat er het eerst vreemd realitieshows. Toen heel Nederland nog warm liep voor een Hans Kazan die ook toen eigenlijk al niet kon. Toen heel Nederland gespannen keek naar de wie wordt de nieuwe bordjes omdraaister bij Rad van Fortuin talentenjacht toen Leontien had aangekondigd dat ze er mee op hield.

Dagen lang zagen we kandidaten voorbij komen. Cindy Pielstroom won uiteindelijk. Tenminste dat dacht ik. Het blijkt dat Cindy Patricia Rietveld opvolgde die op haar beurt dan dus weer wel de opvolgster van Leontien was. Cindy Pielstroom komt uit Hoorn. Cindy heeft bij kenissen in de klas gezeten. Roem en bekendheid is altijd dichterbij dan je denkt.

Rad van Fortuin was Rad van Fortuin niet meer na het vertrek van Leontien. Hans Kazan zit failliet in Spanjer en af en toe mis ik Hans van der Togt zomaar. Of Cruz en Mason Met z’n drieen op de bank. Met een versgezette pot koffie voor ons op tafel. Arnie heeft tegenwoordig een baard en schijnt te roken. Om de huishoudportemonnee te vullen gaat Leontien weer bordjes omdraaien.

“I tune, because I care”

September 24th, 2009

Dit stuk gaat over een concert waar ik heen ging. Dit stuk gaat ook over hoe ik naar de kerk ging. Over hoe ik op een stoel zat en hoe dat meeviel. Over hoe de tranen mij over de wangen rolden. Over hoe ik een geweldige avond had. Dit stuk gaat over vorige week donderdag.

Ik was vorige week donderdag in een kerk. Een tijdelijke kerk die er al drie honderd jaar staat. In de andere kerk speelde namelijk Anouk. Een goed besluit van Paradiso om voor het concert van William Elliott Whitmore waar ik heen ging uit te wijken naar de Amstelkerk.

Ik zat op een stoel. Mijn eerste zitconcert ooit. Ik hou niet van zitten tijdens concerten. Ik hou van staan. Met een biertje in mijn hand. Mijn hoofd knikkend op het ritme. Mijn voet tikkend de maat. Ik hou niet van zitten, dacht ik, maar ik zat tweede rij. Vlakbij het podium. Ik zat goed. Ik genoot. Het biertje stond onder mijn stoel. Daar zat ik dan. In een kerk op een stoel. Buiten viel de duisternis langzaam in. Het licht door de ramen hoog boven ons werd minder en minder. De sfeer in de zaal werd meer en meer.

Na een nummer of zes solo met alleen stem en banjo of gitaar betreedt een drummer het podium. Hij zal William Elliott Whitmore ongeveer acht nummers begeleiden. Met de komst van de drummer is het eerste hoogtepunt van de avond aanstaande. Hij zet een marcheer roffel in. William Elliott Whitmore legt banjo en gitaar opzij. Hij gaat staan, maar zet zijn microfoonstandaard niet op sta hoogte. Hij tilt hem op of knikt dubbel en zingt de longen uit zijn lijf tijdens Mutiny. Hij geeft alles en staat tegelijkertijd onwennig te zijn zo zonder gitaar om zijn nek.

Een volgend hoogtepunt laat niet lang op zich wachten. Het tempo in Old Devils wordt sneller en sneller. De drum wordt harder en harder. De gitaar wordt wilder en wilder. De zang intenser en intenser. Het nummer bouwt op naar een climax. En als de bom is gebarsten wordt direct het rustige Hell Or High Water ingezet. Het wordt me teveel. Ik breek. In het donker van de zaal rollen de tranen over mijn wangen.

William Elliott Whitmore weet niet meer van ophouden. Tussen de nummers haalt hij een zakdoek uit zijn broekzak en veegt zijn hoofd af. Hij vertelt over de backpackers in Ramsgate die hem een fles whiskey hebben gegeven. De fles gaat op verzoek het publiek rond. Hij vertelt over zijn afgelegen boerderij in Iowa. Aan de oevers van de Mississippi. Als iemand in het publiek een titel roept wordt het nummer direct ingezet. Hij staat op en schudt de handen van het publiek op de eerste rij.

Ik ervaar mijn eigen maken van foto’s als storend. Het leidt me af van het concert. Ik schiet af en toe nog wel een plaatje, maar ik geef me voornamelijk over aan William Elliott Whitmore. Wat een stem. Wat een prachtige muziek. Ik ben al mijn gevoel voor tijd kwijt. Ik heb het idee dat hij al drie uur aan het spelen is. Het blijkt uiteindelijk een uur en drie kwartier te zijn. Het had wel vier uur mogen duren. De laatste trein missen? Ik had het er graag voor over gehad.

Het is niet nodig. Het blijkt zelfs nog geen tien uur te zijn als ik weer buiten sta. William Elliott Whitmore heeft toch maar besloten er mee op te houden voor vandaag. Ik heb genoten. Ik niet alleen. Hij heeft de hele zaal ingepakt. Iedereen om mij heen is geraakt. Een staande ovatie van een minuut of vijf is zijn beloning.

Dit verhaal ging over vorige week donderdag. Over hoe ik naar de kerk ging. Over hoe ik op een stoel zat en hoe dat meeviel. Over hoe ik weer brak door muziek en over wat een geweldige avond ik had. Dit verhaal ging over het concert van William Elliott Whitmore in de Amstelkerk op donderdag 19-09-2009.

Dit verhaal ging over mijn concert van het jaar.

(als altijd zijn de foto’s aanklikbaar tot slideshow)

De bovenstaande filmopnames zijn gemaakt door FamkeZ

In de trein

September 23rd, 2009

Ik zit voor de verandering eens niet in de trein naar huis, maar in die naar Hilversum. Ik zit op een tweezitsbank, want met z’n vieren op elkaar daar kan ik mijn benen nooit kwijt. De wereld is nog steeds ingericht op mensen met een lengte uit de jaren 50. Zelfs in het langste mensen ter wereld land waarin ik leef. Er is ruimte zat, maar de man besluit toch naast mij te gaan zitten.

Als hij zit rommelt hij een boel in een meegebrachte plastic tas. Op het uitgeklapte klaptafeltje verschijnen een portemonnee, een opschrijfboekje, een telefoon model koelkast uit 1953 en een etui. Uit de etui komt een rode PSP met 25 uitbreidingen en aanverwanten. Ik kan niet mee kijken met een videospelletje. De PSP wordt gebruikt als mp3-speler.

De man naast mij zakt onderuit en uit zijn oordopjes klinkt iets dat ik niet herken, maar dat grote overeenkomsten heeft met K3. Het staat hard. Niet hard genoeg om de man wakker te houden. We zijn het station nog niet uit of hij slaapt. Mag die “muziek” dan uit, denk ik en zet mijn iPod aan. Davilla 666 verdrijft de kindermuziek naast mij.

Voorbij station Duivendrecht slaapt de man nog steeds. Zijn hoofd zakt naar rechts. Eerst zijn hoofd dan zijn lichaam. Naar rechts waar ik zit. Langzaam iedere honderd afgelegde meters zakt de slapende man iets dichter tegen mij aan. Iedere afgelegde honderd meters zit ik ongemakkelijker. Mijn claustrofobie stijgt met de minuut.

Wanneer hij nog verder naar rechts gezakt is en ik niet verder naar rechts kan uitwijken, daar is namelijk het raam en daar voorbij het buiten, geef ik hem een zacht duwtje. De slapende man schrikt wakker. Geschrokken kijkt hij om zich heen en controleert al zijn zakken en de plastic tas. Op het uitgeklapte klaptafeltje verschijnen naast de PSP een portemonnee, een opschrijfboekje, een telefoon model koelkast uit 1953 en de aanverwanten van de PSP. Alles is er schijnbaar nog en de wakker geschrokken man veranderd in twee seconden weer in een slapende man.

Een slapende man die wederom iedere honderd meter meer en meer naar rechts zakt. Eerst zijn hoofd dan zijn lichaam. Naar rechts waar ik zit. Ik die niet verder naar rechts kan, want daar is het raam en voorbij dat raam het buiten. Zijn lichaam raakt mijn lichaam ondertussen weer aan en net voor zijn hoofd tegen mijn schouder aan zakt geef ik hem weer een zetje. De geschrokken zoek reactie volgt weer. Dit tafereel herhaalt zich nog twee keer op het korte stukje naar Hilversum. Ik begin er lol in te krijgen.

Er volgt helaas geen vijfde keer, want als zijn hoofd weer begint te zakken rijden we het station binnen en stoot ik hem aan om er langs te kunnen. Dat is nog een hele toer, want het uitgeklapte tafeltje klapt hij niet in. Als hij het zo wil kan hij het krijgen en enigzins ruw passeer ik hem. Als ik in het gangpad naast hem sta en naar hem kijk slaapt hij al weer.

In zijn rechter mondhoek hangt een sliert kwijl.

#ikbeken

September 21st, 2009


Met dank aan de vrachtwagenchauffeur die hem vandaag op de radio aanvroeg.

En dan beloof ik u bij deze plechtig dat ik de komende week ook weer een paar stukjes zal schrijven tussen al mijn drukke bezigheden door.