Ik sta op een steiger en staar in het water.

Ik sta op een steiger en staar in het water. Ik stond hier eerder. In een verleden dat nog amper een verleden is zo dicht bij nog. Het water is groen.

De steiger bevindt zich net voorbij het einde van de wereld. Zo lijkt het. Asfalt, dan opeens niets en dan de steiger. In dat niets zit ik in dat nog zo dichtbije verleden op een muurtje het niets in te staren. Ik wacht. Het niets oogt als een loverslane. Achter het stenen muurtje lege colaflessen, half verroeste bierblikjes en geconsumeerde zakken chips. Ik kijk of ik condooms zie liggen.

Ik kijk of ik condooms zie liggen. Ik ben niet gestoord, maar zoek een afleiding. Afleiding van de prikkende tranen. De regen miezert. Als het harder gaat regenen zie je het nat van mijn tranen straks niet meer.

Mijn moeder arriveert. Ik sta me aan haar te ergeren. Nu kan dat nog. Nu kan ik me nog aan haar ergeren. Als ik me weer op dezelfde plek bevind zal dat niet meer kunnen. Dan is ze nog slechts as in een urn in mijn handen. Maar dat weet ik nu nog niet.

Ik sta op een steiger en staar in het water. Ik stond hier eerder. In een verleden dat nog amper een verleden is zo dicht bij nog. Het water is groen. Groen met een grijze aswolk. Die as wolk is mijn moeder.

Ik kijk naar de aswolk die ooit mijn moeder was en zie haar langzaam oplossen in het groene water. De zonnebloemen die we in het water gooiden drijven op de stroming langzaam uit het zicht. Ik kijk naar de aswolk die ooit mijn moeder was. Ik erger me niet aan haar. Ik mis haar. Ik vloek binnensmonds. Godverdomme.

In het nog zo dichtbije verleden sta ik me aan haar te ergeren. Midden op de steiger schept ze een lepel as die ooit haar man was uit de urn. De wind wint en we kloppen de as uit onze haren. Nu sta ik met de as die ooit mijn moeder was op dezelfde steiger en mis ik haar.

Als je er in gelooft kun je zeggen dat ze nu weer samen zijn. Ik geloof er niet in, maar ik zeg het wel. Het heeft wel iets moois. Ze zou het zo gewild hebben. Denken we.

In een verleden dat iets minder dichtbij is ergerde ik me aan ze. Op de steiger breng ik ze weer samen.

Kon ik me nog maar aan ze ergeren….

Godverdomme.

3 Responses to “Ik sta op een steiger en staar in het water.”

  1. Patrick (Vogel) Says:

    Het kan eigenlijk helemaal niet, maar toch voel ik me nu een beetje als jij.
    Sterkte met het vullen van de leegte.

  2. Mq Says:

    Heel mooi! En sterkte toegewenst!
    Mq

  3. Rob Says:

    Volgens mij sta je nu al weer een tijdje.

    Vrolijke groet,

Leave a Reply