Ik moet trouwens ook plassen

Op drie kwart van het optreden ben ik het opeens zat. Ik moet trouwens ook plassen. Dat moeten plassen is niet de hoofdreden dat ik mij door de mensen massa naar de uitgang van de zaal begeef. Het is ook niet die halve gare die naast me staat. Die mafkees die zijn camera omhoog houdt en naar zijn schermpje staart in plaats van naar het podium. De puist in zijn nek die waarschijnlijk zijn vriendinnetje is wijst hem er aan het eind van het nummer op dat hij is vergeten om de record knop in te drukken. Ik verslik me bijna in mijn biertje.

Als ik beneden in de catacomben voor het urinoir sta durf ik het aan mezelf toe te geven. Ik vind er weinig tot niets aan. Maanden heb ik hier naar uitgekeken, maar het stelt me (wederom) teleur. Ik had verwacht bij de strot gegrepen te worden. Rillingen over mijn rug. Tranen prikkend in mijn ooghoeken. Dat wat muziek wel eens met je doet. Maar niets van dat.

Geen rillingen. Geen tranen. Ik sta me zelfs niet te ergeren aan die malloot naast me. Die met die puist in zijn nek die waarschijnlijk zijn vriendinnetje is. Ik moet slechts om hem lachen. Met zijn mislukte opnames en zijn heen en weer gezwier als ware hij een josti. Geen rillingen, geen tranen, geen ergernis. Teleurstelling. Dat is wat ik voel.

Tijdens een biertje vooraf hadden we het eigenlijk al uit gesproken. De nieuwe dubbelaar Blues Funeral leek in eerste instantie een wereldplaat, maar zakt na een aantal draaibeurten af naar wel een aardig album. Een paar geweldig mooie en meeslepende nummers redden de plaat niet van toch dat klein beetje saaiheid.

Laat Mark Lanegan het telefoonboek voorlezen en nog is het mooi. Breng dat uit in een box met 10 lp’s en ik zal hem kopen. Die stem. Live kan het me alleen niet boeien. De stem is niet genoeg. Nergens gaat het los. Nergens rockt het. Nergens scheuren de randen tot rafels. Het concert kabbelt voort van nummer naar nummer naar het einde. Af en toe lijkt het los te komen, maar nergens wordt dat echt doorgezet.  

Dat Mark er als een wassenbeeld bij staat en niet communiceert met het publiek zal me een rotzorg zijn. Ik kom niet voor een uitslover of voor een pleaser. Ik kom voor de stem. Maar de stem is niet genoeg. Zelfs niet nu hij dat huilkind waar hij de afgelopen jaren vaak mee optrad heeft thuis gelaten. De stem alleen kan naar blijkt niet een middelmatig, beetje belegen optreden naar een hoger plan tillen.

Terwijl ik een biertje bestel in de kelderbar neem ik het besluit dat het saai is en dat ik zijn concerten voorlopig over sla.

Leave a Reply