“Het voelt alsof ik twee mensen aan het uitwissen ben.”

In mijn handen heb ik een oranje jurkje met een bijpassend jasje. Een jasje met zeer veel schoudervulling. Zeer veel schoudervulling die de jaren 80 verraden. Ik heb het nog nooit eerder gezien. Of het wel gedragen is, is een terechte vraag. Het jurkje en bijpassend jasje verdwijnen in de zak van Max. Aan het volgende knaapje hangt een jas die ik me wel herinner. Maar in die herinnering was ik hooguit 15. Waarom zou je dingen weggooien.

Ooit, een jaar of 39 geleden, kreeg ik op de commode waar ik voor sta een schone luier aangemeten. In de lades zullen handdoeken, washandjes, luier en hansopjes gelegen hebben. Lades die ik nu, 39 jaar later, alleen met geweld open krijg. Uit de tweede lade haal ik een zak met beitels. De zak is gemaakt van een afgeknipte pijp van een spijkerbroek. Ik sta er een minuut of 10 mee in mijn handen. De tranen rollen over mijn wangen.

“Ik heb vandaag alle bankpapieren uitgezocht. Ik heb een heleboel weggegooid”, zegt mijn zus door de telefoon. “Het voelt alsof ik twee mensen aan het uitwissen ben.”

Als we aan het eind van de middag de voordeur achter ons dicht trekken is het ouderlijk huis in mijn hoofd niet langer meer het ouderlijk huis van die ochtend. De foto’s van de makelaar die ik een week later ontvang bevestigen dit. Ze tonen een woonkamer waar de herinneringen uit weg gehaald zijn. Verpakt in dozen en meegenomen door de kringloopwinkel of wachtend op een familielid met belangstelling. In de zithoek die getoond wordt zie ik mijn ouders niet meer zitten. We hebben ze vanmiddag een stukje uitgewist.

Op de tafel liggen dozen met foto’s en vakantiedagboeken. Dat is ons nu nog even te veel. Dat trekken we niet. We besluiten ze later uit te zoeken. Later als we sterker zijn. We hebben onze ouders vanmiddag wel genoeg uitgewist.

Na amper twee weken melden de eerste belangstellenden zich voor het huis. Ze komen op zaterdag kijken. De bezichtiging duurt ruim een uur. Dat heeft de makelaar nog nooit meegemaakt. De dag er na zijn ze terug bij het huis. Ze hebben hun ouders mee genomen. Een uur lang dwalen ze om het huis heen. Ze stellen zich aan de buurvrouw voor als de nieuwe buren.

Een paar dagen later sta ik in een trein. Aan de telefoon de makelaar. Tijdens een avondspits onderhandel ik tussen de andere forensen over onwerkelijke bedragen. Nog die zelfde avond zijn we er uit. We komen een prijs overeen waar beide partijen mee kunnen leven. Zij een goedkoop goed huis, wij een prijs waar respect naar onze ouders die er hun leven lang hard voor gewerkt hebben uit spreekt. Nu is het slechts nog wachten op een handtekening.

Het moment dat in de huidige stand van zaken op de huizenmarkt nog een heel eind weg leek komt angstig dichtbij. Het moment dat we de laatste spullen uit het huis zullen halen en de deur voorgoed achter ons dicht trekken. Vanaf dat moment bestaat het ouderlijk huis niet meer. Vanaf dat moment leven onze ouders alleen nog voort in onze harten. In onze herinneringen. Wat foto’s, een enkel persoonlijk voorwerp en een onvoorstelbaar bedrag op de bank. Achter het keukenraam zal nooit meer het gezicht van mijn moeder of stiefvader verschijnen. Een vreemde vrouw zal mij aanstaren.

 Ik zie het moment met angst tegemoet.

2 Responses to ““Het voelt alsof ik twee mensen aan het uitwissen ben.””

  1. Wenz Says:

    Het pijnlijkst lijkt me dat de praktische werkelijkheid door dendert en mijlen voorloopt op je gevoel. Dat botst, schrijnt en toch moet je er iets mee. Heel veel sterkte.

  2. jessica Says:

    Jeetje Volmer/Frommel, wat ontzettend mooi geschreven. Heel veel sterkte!!

Leave a Reply