Frommel gotta Boom Boom!
Thursday, November 19th, 2009Iers is niet de taal die ik het makkelijkst versta. Vanavond in Paradiso in een uitverkochte bovenzaal al helemaal niet. Ik versta bijna niets van wat Imelda May tussen de nummers door zegt. Ik versta bijna niets, maar geniet het hele concert lang.

Om half tien staan we met 300 man buiten. Om onopgehelderde redenen mogen we nog niet naar binnen. Is het concert eerder op de avond nog niet afgelopen? Er wordt gefluisterd dat Wilco in de grote zaal later dan gepland is begonnen. Wat dat met ons te maken heeft wordt er niet bij verteld. Om een uur of tien sta ik dan toch in de bovenzaal. Op mijn favoriete plek. Naast de schouw. Een biertje op de schouw.
Ik houd best van Rockabilly, maar meestal heb ik het na een aantal nummers wel gehoord. Ik ben geen kenner dus ik zal het wel mis hebben, maar meestal vind ik het wat eentonig. Imelda May niet. Imelda May shift van rockabilly naar skiffle, van rock and roll naar blues en van jazz weer terug naar rockabilly.
Imelda May ziet er geweldig uit. Ze heeft een groene jurk aan met panterprint. Haar haar zit in een strakke kuif gerold. De begeleidingsband is van goed (drummer), naar beter (gitarist en bassist), naar geweldig (trompetist). Die begeleidingsband zet een strak en solide geluid neer waar overheen de stem van Imelda kan excelleren. Tijdens de eerste twee nummers is het geluid van de zang nog een beetje blikkerig afgesteld alsof het tegen rondzingen aan zit, maar daarna is het precies goed. Ingetogen waar het ingetogen moet zijn. Hard waar het harder kan. Een heerlijk rauw rafelrandje wanneer we vanuit de nachtclub de regenachtige straat op getrokken worden.
De band en het optreden dat ze verzorgen klinkt zeldzaam goed. Niet alleen is de band spatloos op elkaar ingespeeld, het zaalgeluid is deze avond super. De mix is precies goed. Helaas een zeldzaamheid in concertzalenland.
Ik versta alleen niets van dat Ierse accent van Imelda May. De hele avond niet. Behalve op een moment. Op precies het goede moment versta ik haar. De playlist geeft Knock 123 aan. Een van mijn favoriete nummers van de cd Love Tattoo. Ze verteld waar het nummer over gaat. Over hoe ze werkte met oudere mensen. Op een dag is ze bij een oude vrouw wiens man een jaar daarvoor is overleden. De oude vrouw verteld haar dat haar man er dan wel niet meer mag zijn, maar dat hij nog iedere dag bij haar is. Dat hij in het huis spookt en dat ze nog net zo ontzettend verliefd op hem is als 50 jaar geleden.

Knock 123 was al een mooi nummer, maar nu ik de betekenis achter het nummer ken is het nog mooier. De ingetogen versie wordt bijna verknald door een heleboel Wilco lawaai dat opeens door de openstaande deuren naar binnen druipt. De man achter mij sluit ze snel. Knock 123 wordt op een intense, ingetogen manier gespeeld. Zacht en verstild. De betekenis achter het nummer versterkt het en maakt het drie maal intenser.
Ik ben helemaal niet zo stoer als ik me voordoe. De tranen prikken weer eens in mijn ogen. Na afloop rook in een sigaret met Wilco gangers en spoed mij naar huis. Het is maandagnacht half twee. Ik moet nu echt gaan slapen…

Zwart. De band is in het zwart gekleed. Behalve de bassiste Fiona Kitchin Die heeft een rood zomers jurkje aan. Om die kleur explosie op het podium te compenseren staat ze het hele concert met haar rug naar het publiek geconcentreerd de nummers bij elkaar te pompen. De zanger/gitarist Gareth Liddiard moet nodig een broodje frikadel eten. Het liefst twee. Met heel veel mayonaise. Een paar luciferhoutjes in het zwart. Uit dat breekbare lijf komt een stortvloed aan gitaargeweld en zang. Een plectrum is niet nodig. Gitaar spelen doe je met je blote handen. Een tremolo laat je gewoon niet los.
Dit is geen muziek die tranen uit me trekt als bijvoorbeeld Woven Hand of William Elliott Whitmore dat kunnen. Dit is wel muziek die tegen mijn huid aan spat, naar binnen dringt en zich nestelt in al mijn cellen. Ik voel me hondsberoerd, maar ik weiger te capituleren. Tollend op mijn benen zuig ik het concert op. Zwetend als een os zit ik in de trein. Ik ben bek af en wil naar huis. Slapen zal me niet lukken. The Drones zitten in mijn botten en mijn spieren. Totaal hyper staar ik in bed naar het plafond. 







Ik word ook altijd heel opgewekt van de plaat All We Could Do Was Sing van Port O’Brien. Hoewel de muziek zich daarvoor niet in alle nummers leent. Opener I Woke Up Today is een meezinger en feestnummer van jewelste, maar andere nummers op de plaat zijn eerder melancholisch. Het publiek op het podium uitnodigen en ze op dragen om op een van te voren aangeven moment richting podium te bewegen passen daar in mijn hoofd niet bij. Ik wil melancholie en vissersmannen verhalen.
Zanger gitarist Van Pierszalowski werkt namelijk 4 maanden per jaar op de vissersboot van zijn vader en vist dan rond Kodiak Island naar zalm. De nieuwe nummers die gespeeld worden en die waarschijnlijk op de in oktober te verschijnen nieuwe plaat Threadbare zullen staan overtuigen ook niet helemaal. Het klinkt zo gewoontjes. Het eindoordeel zullen we pas vellen als de plaat 9 oktober uitgekomen is. 





