Archive for the ‘concerten’ Category

Ik moet trouwens ook plassen

Tuesday, March 6th, 2012

Op drie kwart van het optreden ben ik het opeens zat. Ik moet trouwens ook plassen. Dat moeten plassen is niet de hoofdreden dat ik mij door de mensen massa naar de uitgang van de zaal begeef. Het is ook niet die halve gare die naast me staat. Die mafkees die zijn camera omhoog houdt en naar zijn schermpje staart in plaats van naar het podium. De puist in zijn nek die waarschijnlijk zijn vriendinnetje is wijst hem er aan het eind van het nummer op dat hij is vergeten om de record knop in te drukken. Ik verslik me bijna in mijn biertje.

Als ik beneden in de catacomben voor het urinoir sta durf ik het aan mezelf toe te geven. Ik vind er weinig tot niets aan. Maanden heb ik hier naar uitgekeken, maar het stelt me (wederom) teleur. Ik had verwacht bij de strot gegrepen te worden. Rillingen over mijn rug. Tranen prikkend in mijn ooghoeken. Dat wat muziek wel eens met je doet. Maar niets van dat.

Geen rillingen. Geen tranen. Ik sta me zelfs niet te ergeren aan die malloot naast me. Die met die puist in zijn nek die waarschijnlijk zijn vriendinnetje is. Ik moet slechts om hem lachen. Met zijn mislukte opnames en zijn heen en weer gezwier als ware hij een josti. Geen rillingen, geen tranen, geen ergernis. Teleurstelling. Dat is wat ik voel.

Tijdens een biertje vooraf hadden we het eigenlijk al uit gesproken. De nieuwe dubbelaar Blues Funeral leek in eerste instantie een wereldplaat, maar zakt na een aantal draaibeurten af naar wel een aardig album. Een paar geweldig mooie en meeslepende nummers redden de plaat niet van toch dat klein beetje saaiheid.

Laat Mark Lanegan het telefoonboek voorlezen en nog is het mooi. Breng dat uit in een box met 10 lp’s en ik zal hem kopen. Die stem. Live kan het me alleen niet boeien. De stem is niet genoeg. Nergens gaat het los. Nergens rockt het. Nergens scheuren de randen tot rafels. Het concert kabbelt voort van nummer naar nummer naar het einde. Af en toe lijkt het los te komen, maar nergens wordt dat echt doorgezet.  

Dat Mark er als een wassenbeeld bij staat en niet communiceert met het publiek zal me een rotzorg zijn. Ik kom niet voor een uitslover of voor een pleaser. Ik kom voor de stem. Maar de stem is niet genoeg. Zelfs niet nu hij dat huilkind waar hij de afgelopen jaren vaak mee optrad heeft thuis gelaten. De stem alleen kan naar blijkt niet een middelmatig, beetje belegen optreden naar een hoger plan tillen.

Terwijl ik een biertje bestel in de kelderbar neem ik het besluit dat het saai is en dat ik zijn concerten voorlopig over sla.

Frommel gotta Boom Boom!

Thursday, November 19th, 2009

Iers is niet de taal die ik het makkelijkst versta. Vanavond in Paradiso in een uitverkochte bovenzaal al helemaal niet. Ik versta bijna niets van wat Imelda May tussen de nummers door zegt. Ik versta bijna niets, maar geniet het hele concert lang.

Om half tien staan we met 300 man buiten. Om onopgehelderde redenen mogen we nog niet naar binnen. Is het concert eerder op de avond nog niet afgelopen? Er wordt gefluisterd dat Wilco in de grote zaal later dan gepland is begonnen. Wat dat met ons te maken heeft wordt er niet bij verteld. Om een uur of tien sta ik dan toch in de bovenzaal. Op mijn favoriete plek. Naast de schouw. Een biertje op de schouw.

Ik houd best van Rockabilly, maar meestal heb ik het na een aantal nummers wel gehoord. Ik ben geen kenner dus ik zal het wel mis hebben, maar meestal vind ik het wat eentonig. Imelda May niet. Imelda May shift van rockabilly naar skiffle, van rock and roll naar blues en van jazz weer terug naar rockabilly.

Imelda May ziet er geweldig uit. Ze heeft een groene jurk aan met panterprint. Haar haar zit in een strakke kuif gerold. De begeleidingsband is van goed (drummer), naar beter (gitarist en bassist), naar geweldig (trompetist). Die begeleidingsband zet een strak en solide geluid neer waar overheen de stem van Imelda kan excelleren. Tijdens de eerste twee nummers is het geluid van de zang nog een beetje blikkerig afgesteld alsof het tegen rondzingen aan zit, maar daarna is het precies goed. Ingetogen waar het ingetogen moet zijn. Hard waar het harder kan. Een heerlijk rauw rafelrandje wanneer we vanuit de nachtclub de regenachtige straat op getrokken worden.

De band en het optreden dat ze verzorgen klinkt zeldzaam goed. Niet alleen is de band spatloos op elkaar ingespeeld, het zaalgeluid is deze avond super. De mix is precies goed. Helaas een zeldzaamheid in concertzalenland.

Ik versta alleen niets van dat Ierse accent van Imelda May. De hele avond niet. Behalve op een moment. Op precies het goede moment versta ik haar. De playlist geeft Knock 123 aan. Een van mijn favoriete nummers van de cd Love Tattoo. Ze verteld waar het nummer over gaat. Over hoe ze werkte met oudere mensen. Op een dag is ze bij een oude vrouw wiens man een jaar daarvoor is overleden. De oude vrouw verteld haar dat haar man er dan wel niet meer mag zijn, maar dat hij nog iedere dag bij haar is. Dat hij in het huis spookt en dat ze nog net zo ontzettend verliefd op hem is als 50 jaar geleden.

Knock 123 was al een mooi nummer, maar nu ik de betekenis achter het nummer ken is het nog mooier. De ingetogen versie wordt bijna verknald door een heleboel Wilco lawaai dat opeens door de openstaande deuren naar binnen druipt. De man achter mij sluit ze snel. Knock 123 wordt op een intense, ingetogen manier gespeeld. Zacht en verstild. De betekenis achter het nummer versterkt het en maakt het drie maal intenser.

Ik ben helemaal niet zo stoer als ik me voordoe. De tranen prikken weer eens in mijn ogen. Na afloop rook in een sigaret met Wilco gangers en spoed mij naar huis. Het is maandagnacht half twee. Ik moet nu echt gaan slapen…

Havilah in Haarlem

Monday, November 2nd, 2009

Moet ik dit wel doen, vraag ik me op het station af. Is dit wel verstandig? Ik heb net vijf dagen op bed gelegen. De eerste drie dagen slapend en zwetend. De laatste twee dagen langzaam bij positieven komend. En nu sta ik hier op het station. Te tollen op benen van pap.

Ik moet dit gewoon doen. Ik heb al een kaartje gekocht. Ik heb ze gisteren al gemist in Utrecht door dat griepbed. Ik neem straks gewoon een biertje en dan gaat het wel weer. Juist wel gaan zal de laatste restjes griep uit mijn lijf verdrijven. Ze hebben voor mij de plaat van 2009 gemaakt. (Al komt die plaat uit eind 2008)

U begrijpt, ik verzin 300 redenen om niet naar huis te gaan en wel op de trein naar Haarlem te stappen. Ik ben makkelijk te overtuigen merk ik maar weer. Beloof mij een biertje en rock and roll en ik zeg ja. De deuren van de trein gaan open en ik stap in. Drie kwartier later sta ik tollend in de Patronaat. Het zweet staat op mijn rug en in mijn schoenen. Ik voel me hondsberoerd, maar ik ga wel straks The Drones zien.

The Drones daar blijk ik dus veel voor over te hebben.

Het voorprogamma heeft een leuke zangeres. Ik zou uren naar haar kunnnen kijken, maar de muziek die zij en haar kompanen van de Monroes uit de speakers laten klinken doen mij niets tot weinig. Het is pauze en ik ga buiten een sigaretje roken. Via mijn iPhone Twitter vraag ik Tim Knol, die in de grote zaal het voorprogamma van Johan verzorgd, even te komen buurten.

Het is belachelijk rustig. Ik schat zestig mensen, maar volgens mij is dat meer omdat ik niet wil dat het er eigenlijk nog minder zijn. Waar verbaas ik me eigenlijk nog over. Ik ben wederom ook de enige uit Hoorn. Mensen gaan schijnbaar niet meer naar concerten toe. Er zal wel wat belangrijks op televisie zijn geweest. Zestig mensen. Een van hen ben ik. Tollend op mijn benen. De thuisblijvers zullen ongelijk krijgen.

Ik loop op Ralph af en doe hem de groeten van T.Korsel. Ralph kijkt me aan alsof hij water ziet branden. Ik herhaal de groet van T.Korsel. Ralph kijkt me nu aan alsof ik zojuist heb voorgesteld hem in de wc keihard in zijn reet te neuken. Ralph heet helemaal geen Ralph en T.Korsel kent hij al helemaal niet. Als ik zeg dat Ralph dan in ieder geval de tweelingbroer van Ralph moet zijn loopt hij weg en blijft de rest van de avond op een afstandje naar me kijken alsof ik een melaatse ben.

Zwart. De band is in het zwart gekleed. Behalve de bassiste Fiona Kitchin Die heeft een rood zomers jurkje aan. Om die kleur explosie op het podium te compenseren staat ze het hele concert met haar rug naar het publiek geconcentreerd de nummers bij elkaar te pompen. De zanger/gitarist Gareth Liddiard moet nodig een broodje frikadel eten. Het liefst twee. Met heel veel mayonaise. Een paar luciferhoutjes in het zwart. Uit dat breekbare lijf komt een stortvloed aan gitaargeweld en zang. Een plectrum is niet nodig. Gitaar spelen doe je met je blote handen. Een tremolo laat je gewoon niet los.

The Drones doen niet aan traditionele songstructuren van couplet, refrein, couplet, refrein. Nummers onder de 5 minuten worden, als ze al bestaan, niet gespeeld vanavond. The Drones staat tot hun knieen in het moeras. Het trekt en het sleurt en het zuigt. De zang van Liddiard trekt en sleurt nog meer. Hij zeurt, zeikt, zanikt en schmiert. Alles klopt aan het geluid van The Drones.

Dit is geen muziek die tranen uit me trekt als bijvoorbeeld Woven Hand of William Elliott Whitmore dat kunnen. Dit is wel muziek die tegen mijn huid aan spat, naar binnen dringt en zich nestelt in al mijn cellen. Ik voel me hondsberoerd, maar ik weiger te capituleren. Tollend op mijn benen zuig ik het concert op. Zwetend als een os zit ik in de trein. Ik ben bek af en wil naar huis. Slapen zal me niet lukken. The Drones zitten in mijn botten en mijn spieren. Totaal hyper staar ik in bed naar het plafond.

U bleef thuis. U had ongelijk.

(foto’s komen van de myspace van The Drones)

“I tune, because I care”

Thursday, September 24th, 2009

Dit stuk gaat over een concert waar ik heen ging. Dit stuk gaat ook over hoe ik naar de kerk ging. Over hoe ik op een stoel zat en hoe dat meeviel. Over hoe de tranen mij over de wangen rolden. Over hoe ik een geweldige avond had. Dit stuk gaat over vorige week donderdag.

Ik was vorige week donderdag in een kerk. Een tijdelijke kerk die er al drie honderd jaar staat. In de andere kerk speelde namelijk Anouk. Een goed besluit van Paradiso om voor het concert van William Elliott Whitmore waar ik heen ging uit te wijken naar de Amstelkerk.

Ik zat op een stoel. Mijn eerste zitconcert ooit. Ik hou niet van zitten tijdens concerten. Ik hou van staan. Met een biertje in mijn hand. Mijn hoofd knikkend op het ritme. Mijn voet tikkend de maat. Ik hou niet van zitten, dacht ik, maar ik zat tweede rij. Vlakbij het podium. Ik zat goed. Ik genoot. Het biertje stond onder mijn stoel. Daar zat ik dan. In een kerk op een stoel. Buiten viel de duisternis langzaam in. Het licht door de ramen hoog boven ons werd minder en minder. De sfeer in de zaal werd meer en meer.

Na een nummer of zes solo met alleen stem en banjo of gitaar betreedt een drummer het podium. Hij zal William Elliott Whitmore ongeveer acht nummers begeleiden. Met de komst van de drummer is het eerste hoogtepunt van de avond aanstaande. Hij zet een marcheer roffel in. William Elliott Whitmore legt banjo en gitaar opzij. Hij gaat staan, maar zet zijn microfoonstandaard niet op sta hoogte. Hij tilt hem op of knikt dubbel en zingt de longen uit zijn lijf tijdens Mutiny. Hij geeft alles en staat tegelijkertijd onwennig te zijn zo zonder gitaar om zijn nek.

Een volgend hoogtepunt laat niet lang op zich wachten. Het tempo in Old Devils wordt sneller en sneller. De drum wordt harder en harder. De gitaar wordt wilder en wilder. De zang intenser en intenser. Het nummer bouwt op naar een climax. En als de bom is gebarsten wordt direct het rustige Hell Or High Water ingezet. Het wordt me teveel. Ik breek. In het donker van de zaal rollen de tranen over mijn wangen.

William Elliott Whitmore weet niet meer van ophouden. Tussen de nummers haalt hij een zakdoek uit zijn broekzak en veegt zijn hoofd af. Hij vertelt over de backpackers in Ramsgate die hem een fles whiskey hebben gegeven. De fles gaat op verzoek het publiek rond. Hij vertelt over zijn afgelegen boerderij in Iowa. Aan de oevers van de Mississippi. Als iemand in het publiek een titel roept wordt het nummer direct ingezet. Hij staat op en schudt de handen van het publiek op de eerste rij.

Ik ervaar mijn eigen maken van foto’s als storend. Het leidt me af van het concert. Ik schiet af en toe nog wel een plaatje, maar ik geef me voornamelijk over aan William Elliott Whitmore. Wat een stem. Wat een prachtige muziek. Ik ben al mijn gevoel voor tijd kwijt. Ik heb het idee dat hij al drie uur aan het spelen is. Het blijkt uiteindelijk een uur en drie kwartier te zijn. Het had wel vier uur mogen duren. De laatste trein missen? Ik had het er graag voor over gehad.

Het is niet nodig. Het blijkt zelfs nog geen tien uur te zijn als ik weer buiten sta. William Elliott Whitmore heeft toch maar besloten er mee op te houden voor vandaag. Ik heb genoten. Ik niet alleen. Hij heeft de hele zaal ingepakt. Iedereen om mij heen is geraakt. Een staande ovatie van een minuut of vijf is zijn beloning.

Dit verhaal ging over vorige week donderdag. Over hoe ik naar de kerk ging. Over hoe ik op een stoel zat en hoe dat meeviel. Over hoe ik weer brak door muziek en over wat een geweldige avond ik had. Dit verhaal ging over het concert van William Elliott Whitmore in de Amstelkerk op donderdag 19-09-2009.

Dit verhaal ging over mijn concert van het jaar.

(als altijd zijn de foto’s aanklikbaar tot slideshow)

De bovenstaande filmopnames zijn gemaakt door FamkeZ

Port O’Brien Tivoli de Helling 25-08-2009

Wednesday, August 26th, 2009

“Oh maar dat is heel erg ver lopen hoor meneer”,

zegt het restaurant meisje dat het restaurant waar ze aan haar shirt te zien werkt heeft verlaten om een sigaretje te roken. Haar Brabantse tongval verraadt een studentenbaantje. Dat roken mag niet binnen. Dat mag ook niet op de plek waar ze het wel doet. Ze staat nog in Hoog Catharijne. Beneden aan de trap staat pas een asbak. Die is vol. Ik geef haar groot gelijk.

Niet wat het heel ver lopen betreft. De route en de eindbestemming vallen dan wel buiten de plattegrond van de Utrechtse binnenstad die ik door een automaat heb laten printen, maar de Helling blijkt maar 20 minuten lopen ver te zijn. Op de heen weg that is. Dat is inclusief af en toe op de detail plattegrondjes op de bushalte kijken of ik nog de goede kant op ga. Dat ga ik. De deur is er zelfs nog niet open. Ik zit op de stoep en kijk naar mensen.

“Wat vond je er van?”,

vraagt het meisje in de trein terug. Ik zeg dat ik het goed vond. Zij vond het een beetje tegen vallen. Een half uur en een trein later moet ik haar gelijk geven. Ze vond de cd die ze had zo goed en daar werd ze altijd zo opgewekt van, maar al die grappen en dat gitaar stemmen tussen de nummers hadden een beetje de kracht uit de muziek gehaald.

Ik word ook altijd heel opgewekt van de plaat All We Could Do Was Sing van Port O’Brien. Hoewel de muziek zich daarvoor niet in alle nummers leent. Opener I Woke Up Today is een meezinger en feestnummer van jewelste, maar andere nummers op de plaat zijn eerder melancholisch. Het publiek op het podium uitnodigen en ze op dragen om op een van te voren aangeven moment richting podium te bewegen passen daar in mijn hoofd niet bij. Ik wil melancholie en vissersmannen verhalen. Zanger gitarist Van Pierszalowski werkt namelijk 4 maanden per jaar op de vissersboot van zijn vader en vist dan rond Kodiak Island naar zalm. De nieuwe nummers die gespeeld worden en die waarschijnlijk op de in oktober te verschijnen nieuwe plaat Threadbare zullen staan overtuigen ook niet helemaal. Het klinkt zo gewoontjes. Het eindoordeel zullen we pas vellen als de plaat 9 oktober uitgekomen is.

Maar was Port O’Brien in Tivoli de Helling slecht dan? Nee welnee. Helemaal niet. Het was nog steeds genieten. Port O’Brien heeft wonderschone nummers. Op genoeg momenten vulde mijn hoofd zich met het wat is muziek toch fijn gevoel. Zanger Van Pierszalowski heeft een eigen stemgeluid. Niet te hoog, niet te zuiver, klein rafelig randje op de juiste momenten. De band speelt hecht ondanks het wegens ziek, zwak en misselijk ontbreken van Cambria Goodwin.

Nee Port O’Brien was niet slecht. Wat betreft verwachtingen had ik gewoon iets te hoog ingezet. En dat terwijl ik helemaal niets met vissen als werkwoord heb…

Vind u onderstaande clip ook zo’n ontzettend heerlijk nummer? Ik kocht de vinyl versie van All We Could Do Was Sing bij het concert en kreeg er een gratis eenmalige download link bij om de plaat in mp3 binnen te trekken. Ik heb All We Could Do Was Sing natuurlijk al lang digitaal op de harde schijf staan dus wie het eerst roept om de link in de reageerbox die krijgt de download link. Neem nu maar van mij aan dat het het reageren waard is.