Archive for the ‘Uncategorized’ Category

The man in black

Thursday, March 25th, 2010

Ik staar in gedachten verzonken voor me uit. Ik zit aan de bar van mijn favoriete cafe. Een fles bier voor mijn neus. Een sigaret in mijn hand. In dit cafe wordt gewoon gerookt. Dit is ons cafe. Wij maken zelf wel uit of hier gerookt wordt of niet. Hier wordt dus gerookt.

“Good evening. A bottle of beer please”, hoor ik de man die naast me is komen zitten zeggen. De stem klinkt bekend, maar kan mij niet uit mijn gedachten halen. Ik neem een slok uit mijn fles. Een hijs rook verdwijnt in mijn longen. Ik staar voor me uit.

Ik denk aan haar. Aan hoe ze me genaaid heeft. Ik denk aan de laatste wedstrijd van mijn favoriete voetbal elftal. Aan het winnende doelpunt. Ik denk aan de treinreis van morgen. Aan waar ik naar toe reis. Ik denk aan de middelbare schooltijd. Aan hoe gelukkig ik toen ook al niet was. Ik denk aan van alles en ik denk aan niets. Welkom in mijn hoofd.

“Can I have another beer please? And please give one to this gentleman sitting next to me”, hoor ik de man naast me zeggen. Er wordt een fles bier voor mijn neus gezet. Ik kan nu niet langer in gedachten verzonken blijven. Ik zal de man aan moeten kijken en hem bedanken voor het bier. De fles optillen, tegen die van hem aanslaan en cheers zeggen.

Ik wil helemaal niet uit mijn verzonken gedachten komen. Ik ben hier juist gaan zitten om voor me uit te staren. Om verlost te zijn van de op mij af komende muren. Mooi zitten. Dom kijken. Dat was het hele idee. Bier drinken en geen gezeik aan mijn kop. En nu biedt de man naast mij me een biertje aan. Ik zal moeten reageren. Er zal een gesprek volgen. Een gesprek waar ik alles behalve zin in heb. Ik zal wel moeten. Ik stap uit mijn gedachten en kijk naar links.

Ik kijk in het lachende gezicht van Johnny Cash. “Cheers my friend.” zegt hij als we onze flessen bier tegen elkaar aan proosten. “Cheers.” Ik ben met stomheid geslagen. Johnny Cash. In the flesh. Johnny fucking Cash. Een pot bier in zijn hand. Een big smile op zijn gegroefde kop. A man in black. Zo dood als een pier, maar mooi dat hij op de barkruk naast mij zit.

Dat is precies wat ik tegen hem zeg. Wat hij hier doet, want hij is fokking dood. Reden genoeg om hier helemaal niet naast me te kunnen zitten. En hoe komt het dan dat hij hier wel naast me zit. In the flesh. In het zwart. En beetje stom te lachen met een fles bier in zijn hand.

“Ik ben hier voor jou mijn vriend. Ik ben hier om een bericht aan je over te brengen. Een bericht dat op het eerste oog niet als goed nieuws over zal komen. Namelijk dit; als je te overlijden komt dan ga je naar de hel Frommel. Je hebt je plaats in de hemel al jaren geleden verspeeld. Het wordt de hel, maar vrees niet. De hel is waar de toffe mensen heen gaan. De hel is rock and roll. Ik zal er op je wachten Frommel. Ik zal de eerste zijn die je ziet bij binnenkomst. Ik zal een lied voor je zingen. Een lied dat jij mag kiezen. Niet nu. Maak je geen zorgen. Het moment dat je binnen komt zal ik weten welk lied ik voor je moet spelen. Ik zal het weten en ik zal het voor je spelen en alles zal goed zijn.”

Ik ben met stomheid geslagen. Vol ongeloof staar ik de man naast mij aan. Ik neem een grote slok bier. Johnny kijkt me nog een keer lachend aan. Hij staat op en loopt de deur uit. “See you soon my friend”, zegt hij als hij de straat op stapt.

“Dat was….dat was….”

“Johnny Cash”, vult de barman droogjes aan. Hij draait zich om, loopt naar de cd speler en drukt op play. Hurt klinkt door het lege cafe. Ik bestel een biertje en staar in gedachten verzonken voor me uit.

Jay Reatard R.I.P.

Thursday, January 14th, 2010

Jay Reatard died last night in his sleep. Only 29 years old. Goddamn. Way to young. There was still so much cool music in him. All we have left to do is play the awesome music he gave us….

R.I.P. Jay we will miss you….

Van fan van Van

Thursday, October 8th, 2009

Ik ben een soort van fan van Van Morrisson
Ik ben een soort van fan van Vanderberg
Ik ben een soort van fan van Van Dyke Parks
Ik ben een soort van fan van Van Halen

Nou ja eigenlijk niet, maar het klinkt wel geweldig als je het hardop zegt…

Onderstaande was u straal vergeten…

Thursday, October 1st, 2009

“Dit is een Boggle, zestien hokjes met letters. Met die letters zijn er natuurlijk een heleboel woorden te maken, bijvoorbeeld ‘Spel’. Maar dat woord mag niet! De letters moeten elkaar namelijk aanraken. ‘Zalm’ is een goed woord en ook bij het woord ‘Muziek’ staan de letters met elkaar in verbinding. Zo, dat zijn de regels en laten we nu maar écht gaan Bogglen! Hier is uw gastheer/gastvrouw én presentator/presentatrice:”

Frank Kramer (1989 - 1991)
Dodi Apeldoorn (1991 - 1992)
Hans Schiffers (1992)
Frank Kramer (1992 - 1995)
Judith de Bruijn (1995 - 1996)
Henk Mouwe (invalpresentator)

Maar nu weet u het weer.
Graag gedaan!

Uit de polderklei getrokken

Thursday, September 10th, 2009

Deel 4

Mijn vader heeft een soort van Marokkaans gewaad. Ik denk dat het een nachthemd is, maar hij vertelt dat het gebedskleding is. Er hoort ook iets van een mutsje bij. Ik weet niet of hij het ook wel eens draagt. Op de momenten dat hij alleen is. Ik kan me een keer herinneren dat hij het aan had, maar dat was op verzoek van mijn zus en mij.

Bij het appartementen complex waar hij woont is een wilde tuin. In het midden staat een grote betonnen kikker waar ik graag op klim. Nadat we een Spiderman film hebben gekeken in het filmhuis klim ik op weg naar huis door het winkelcentrum heen. Ik schiet web uit mijn polsen.

Is hij wel eens alleen? Mijn vader heeft heel veel vrienden. Vrienden waar hij ons wel eens mee naar toe neemt. Hun namen ben ik nu vergeten, maar ik kan hun gezichten nog uittekenen. Er hing een vrijgevochtenheid om hen heen die ik schijnbaar als 6 jarig jongetje herkende en die waarschijnlijk meer met werkloosheid, drank en drugs te maken had (de vrienden niet mijn vader). Ook heeft hij net als wij thuis een kostganger. Een Engelsman.

Als ik in het weekend bij mijn vader ben dan stoeien we altijd op het bed. Ik win heel vaak, maar dat is meer omdat hij mij laat winnen en dat weet ik natuurlijk best wel. Toch voel ik me stoer en sterk. Talloze malen steken we met de bus of op de fiets de dijk naar Enkhuizen over. Evenzoveel keren zit ik in een cel in het gevangenis museum. Het Zuiderzee Museum is alleen nog maar binnen en ik kan de boten die daar liggen uittekenen. Van ieder knopje van de permanente tentoonstelling in Het Nieuwland, beneden bij de grote zendmast aan het begin van de dijk, weet ik wat het doet. Bijna ieder weekend gaan we wel ergens naar toe.

Op een zondag zijn we bij kennissen in een andere wijk. Hun zoon is van mijn leeftijd en heeft een gokautomaat in zijn kamertje staan. Om vier uur fietsen we heel hard naar huis, want op de ARD die met ruis via de antenne te ontvangen is zenden ze een piratenfilm uit. Als hij ons aan het eind van de zondag naar huis fietst rijden we in mijn hoofd altijd de sloot vlak naast het huis in. Toen het een keer heel hard onweerde dacht ik helemaal niet aan de sloot, maar kroop stevig tegen zijn rug aan.

Uit de polderklei getrokken. Een autobiografie van mijn leven.
Deel
1, 2, 3

Omdat het zo ontzettend mooi is:

Tuesday, September 8th, 2009

Days With My Father

Ford Prefect

Sunday, August 30th, 2009

Vannacht bleek ik Ford Prefect wel te kennen. Opeens stond hij naast me. Dat kwam mij nogal vreemd voor, want de afgelopen week riep ik nog vragend waarom ik Ford Prefect niet kende. Die kreet was geen roep om hulp. Wel een roep gevoed door verlangen. Iedereen heeft wel eens van die buien. Dat het weg willen naar onbekende oorden en levens stevig in je hoofd geankerd zit.

Ik hoef maar om me heen te kijken en de tevredenheid neemt zijn ruimte weer in en juist toen stond dus Ford opeens naast me. “Ik zit hier prima Ford”, zei ik tegen hem. “De wereld vergaat niet, ik heb mijn dromen en verlangens, maar bovenal zit ik ook wel weer best.” Het was tegen dovemansoren. Ford stond er op dat ik mee ging. Hij duldde geen tegenspraak en zo stond ik 10 minuten later aangekleed en wel op straat.

Mooi dat hij me niet naar Trillian bracht. “Trillian komt vanzelf”, antwoorde hij. Trillian komt vanzelf. Hij nam me mee naar haar. Dieper en dieper gingen we. Dieper en dieper. Tot we voor haar stonden. Op een metertje of twee afstand. Daar stond ze. Ik zag haar wel. Zei mij niet.

“Zeg het haar nu maar”, zei Ford. “Kom op zeg het haar nu maar. Gooi het er uit.” Ik keek hem aan en daarna keek ik weer naar haar. Mijn mond ging open. De woorden waren onderweg. Ik keek naar Ford en daarna weer naar haar. Mijn mond klaar om de woorden naar buiten te laten.

Ik deed mijn mond weer dicht. Ik keek naar Ford. Ik keek naar haar. “Ik ken jou helemaal niet”, zei ik tegen Ford. “Ik ken jou helemaal niet. En haar ook niet. Misschien dat ik haar ooit gekend heb, maar ze bestaat niet meer.”

42, dacht ik toen ik me omdraaide en wegliep.

Starend in het niets

Saturday, August 15th, 2009

Als ik wakker wordt lig je naakt naast me. Ik kijk je in je ogen. Jij legt je hand om mijn ochtend erectie. Geconcentreerd trek je het laatste zaad uit me. Ik kom zonder een kik te geven. Emotieloos. Strak kijk ik je aan.

Kutwijf, zeg ik tegen je en ik heb er geen seconde spijt van. Kutwijf! Als gewoonlijk doe je alsof je me niet begrijpt. Onschuld duwt tegen de geilheid die zojuist nog in je ogen lag. Altijd maar weer die verdomde onschuld. Gek wordt ik er van. Jij met je kut onschuld.

De volgende ochtend lig je er weer. En de ochtend daarna en die daarna. Iedere ochtend lig je naast me en trek je me af. Deze ochtend is het anders. Je legt je hand om mijn lul, maar dit keer duw ik je hand weg. Er wordt vanochtend niet afgetrokken. Emotieloos neuk ik je. Hard. Emotieloos als jij.

Kutwijf, zeg ik tegen je als ik mijn zaad in je spuit. Kutwijf! De onschuld schuift weer in je blik. Die verdomde onschuld. Gek wordt ik er van, maar vanochtend laat ik me niet pakken. Rot op met je onschuld. Je hebt me geneukt. Je hebt me genaaid. Je hebt me aangetrokken, overmeesterd, het zaad uit me gezogen en me achteloos uitgespuwd. Jouw kut is alles behalve onschuldig.

Ik rol van je af en staar naar het plafond. Gedachteloos. Starend in het niets. Na een aantal minuten draai ik mijn hoofd naar je toe. Ik kijk je strak in je ogen. Je probeert wat tegen me zeggen, maar je woorden zijn onhoorbaar. Langzaam word je transparant. De muur achter je schijnt meer en meer door je heen. Tot er niets meer van je over is. Ik staar in het niets en roep je nog eenmaal na,

Kutwijf!

Can you take me to the moon?

Monday, July 20th, 2009

“That’s one small step for a man…, one giant leap for mankind”

Vind je het gek? Je staat daar maar mooi even op de maan. Het is dan wel 40 jaar geleden, maar toch. Maar een man of 12 kunnen het met je mee zeggen. Op die kale ronde steen. De wereld is van jou op 384.000 km afstand. Niemand die je daar iets kan maken.

Kom op geef mij ook een maan. Hij mag best iets dichterbij staan hoor. Die 384.000 km is ook weer zo overdreven. Gewoon om de hoek of zestien hoeken verder is ook goed. Als het maar een beetje aan te rijden is op de Puch. Een persoonlijke maan waar ook mij niemand iets kan maken.

De meesten van die paar die het genoegen hebben mogen proeven hebben het geluk van het niemand kan mij iets maken niet lang vast kunnen houden. Terug op moeder aarde aan de drank. Of oud worden in een zelf verkozen afgezonderd bestaan. Terug op moeder aarde was moeder aarde nooit meer hetzelfde geweest als voor de reis.

Nooit meer hetzelfde, want vanaf de maan gezien zagen ze van moeder aarde slechts haar schoonheid. Haar puurheid. Vanaf het oppervlakte van de maan was de aarde niets meer dan haar schoonheid. Haar schoonheid en haar puurheid. De rotte etterende puisten te ver weg om met het blote oog te kunnen zien. Nooit hadden ze er moeten weg gaan. Raketje demonteren, tentje opzetten, primus brandertje installeren en het slaapmatje uitrollen.

Ik zou het wel weten. Geef mij zo’n plek. Geef mij iemand of ergens om heen te gaan waar het leven alleen in haar schoonheid en puurheid tot mij komt. Geef mij een plek waar alle rottende etterende puisten te ver weg zijn om met het blote oog te zien. Onzichtbaar, ondenkbaar of gewoon niet bestaand. Raketje demonteren, tentje opzetten, primusbrandertje installeren, slaapmatje uitrollen en nooit meer weg gaan.

Waar ben jij? Ben jij mijn giant leap?

Lijstje

Friday, July 17th, 2009

Albert Verlinden, Hans Kraay Jr., Gordon Heuckeroth, Arie Boomsma, Sonja Bakker, Lange Frans, Caroline Tensen, Martijn Krabbe, Giel Beelen, Chazia Mourali, Peter R. de Vries, Patty Brard, Dries Roelvink, Alberto Stegeman, Jack van Gelder, Wilma Nanninga, Guus Meeuwis, Joop Braakhekke, Rachel Hazes, Gerard Joling, Rob Geus.